Standpunten en adviezen - SEOB

Ondernemerschap, sociale cohesie en modern bestuur
MLT-advies 2007-2011

In kort bestek
Lissabon 2010
Na een periode van recessie is er optimisme over de economische ontwikkeling in de komende jaren. De investeringen en de export trekken in alle Brabantse regio’s sterk aan en een economische groei van gemiddeld 2% per jaar moet binnen de mogelijkheden liggen. Ook voor de werkgelegenheid is dat gunstig, want op basis van dat groeicijfer gaat het aantal banen jaarlijks met 1,5 % ofwel 15 à 20.000 banen groeien. Dit MLT-advies zet de ontwikkelingen in breder perspectief en kijkt vooral ook naar de langere termijn.

SER Brabant is beducht voor het ontstaan van een sfeer van ‘don’t worry’ en roept op om de periode van hoogconjunctuur te benutten om op sociaal-economisch gebied orde op zaken te stellen. Daartoe blijkt ook alle aanleiding. De onderliggende analyses wijzen namelijk op een aantal structurele zwaktes die schuilgaan achter de mooie cijfers. Brabant heeft zich in het landelijke peloton weliswaar een goede positie heeft verworven, maar is geen koploper. Onze economische prestaties afgemeten in kengetallen als BRP of toegevoegde waarde schommelen rond het landelijk gemiddelde. Op de European Scoreboard Innovation scoort Brabant slechts op een enkele indicator landelijk zeer hoog, namelijk bij de octrooiaanvragen en ten aanzien van de private uitgaven op het gebied van research & development. Op alle andere Lissabon- indicatoren, bijvoorbeeld de innovaties in het MKB of de prestaties bij levenlang leren, scoort onze regio matig en wordt zeker nog niet het niveau gehaald dat past bij de ambities van Europese topregio.

Kortom, boodschap van dit MLT-advies is dat we onze inspanningen aanmerkelijk zullen moeten verhogen om in 2010 alsnog aan de Lissabondoelstellingen te kunnen voldoen.

Ambities langere termijn
Moeilijkste opdracht schuilt zo mogelijk echter in de nieuwe uitdagingen voor de toekomst. De vele veranderingen die thans wereldwijd plaatsvinden, niet alleen economisch maar bijvoorbeeld ook op klimaatgebied, zijn niet altijd meer te vangen in termen van ‘meer’ en ‘minder’. Het gaat vooral ook om ‘anders’. Het is niet meer een kwestie van extrapolaties en louter kwantitatieve veranderingen, maar veeleer een zaak van kwalitatieve veranderingen. Aangezien de nationale schaal er bij de bevordering van economische ontwikkeling steeds minder toe zal doen, wordt er meer dan in het verleden een appèl gedaan op krachtig leiderschap in de regio.

Ons wensbeeld voor 2020 schildert een perspectiefrijke toekomst voor Brabant, een toekomst waarin economisch toppresteren in een ‘high tech’ setting samengaat met een ‘high touch’ samenleving, die veel waarde toekent aan warme sociale verbanden. Een uitwerking hiervan leidt naar sleutelwoorden als ondernemerschap en vernieuwingszin, beide breder gedefinieerd dan alleen economisch. Deze begrippen zijn onlosmakelijk verbonden aan de succesvolle sociaal-economische ontwikkeling van Brabant in de afgelopen decennia en ze vormen tevens de basis voor nieuw perspectief in de toekomst. De lat ligt echter bijzonder hoog, want de economische ontwikkeling zal ook moeten bijdragen aan de versterking van het landschap of het vinden van slimme oplossingen voor vraagstukken op terreinen als milieu, mobiliteit en energie. De Telos-benadering vraagt de komende jaren op die gebieden om doorbraken en tastbare resultaten. Innovatie is geen doel op zich, maar moet ergens toe leiden. Veel is mogelijk, maar het vraagt wel om een andere houding en een offensieve benadering met meer ruimte voor publiek-private partnerships.

Gevoerde beleid
In het algemeen zijn wij van oordeel dat het provinciale beleid van de afgelopen jaren de juiste mix van maatregelen heeft gekend. De kennis- & innovatieagenda heeft aanvankelijk te exclusief in het teken gestaan van technologische innovaties en het bevorderen van kennisclusters, maar gaandeweg is er meer aandacht gekomen voor de vraagstukken op het gebied van arbeidsmarkt en sociale innovatie.
Dat was goed, want juist ook die vraagstukken vragen extra aandacht. SER Brabant onderschrijft in grote lijnen de midterm review van de Kadernota Sociaal-Economisch Beleid 2002-2006 die in opdracht van GS door ETIN Adviseurs is opgesteld. Niet alle aanbevelingen worden echter gevolgd. Zo zijn wij geen voorstander van het afbouwen van het provinciaal beleid op vitale terreinen
als het verhogen van de arbeidsparticipatie, connecting winners, het
bieden van voldoende vestigingsruimte van kwaliteit of de herstructurering van bedrijventerreinen. Naar ons oordeel wordt daar juist om een stevig doorzetten van het huidige beleid gevraagd. Intensivering van het provinciale beleid is zeker ook geboden ten aanzien van de duurzaam-economische vitaliteit van het landelijk gebied, hier is behoefte aan een overheid die lef toont en veel meer ruimte biedt voor vernieuwende concepten.

Ondernemerschap en innovatie
Dankzij goed ondernemerschap en vernieuwingszin heeft de Brabantse economie de afgelopen decennia een prestatie van formaat geleverd. Met steun van een faciliterende overheid is een opmerkelijk snelle transformatie doorgevoerd van oude maakindustrie en traditionele landbouw naar een moderne en gediversificeerde industrie- en agroregio. Deze ontwikkelingen waren tevens de motor
voor de groei van de zakelijke diensten en de IT-sector en ook de toeristischrecreatieve sector heeft zich voorspoedig ontwikkeld.
Gelet op Lissabon 2010 doet dit MLT-advies de aanbeveling om de inspanningen met betrekking tot ondernemerschap en innovatie de komende jaren versterkt door te zetten. Essentieel is onder meer dat het publieke aandeel in de investeringen R&D verder wordt opgehoogd, in vergelijking met het aandeel van de private investeringen is er namelijk nog een jaarlijks gat van ongeveer
€ 500 mln. Een eigen Brabantse kennisinvesteringsagenda kan hier de komende jaren richting aan geven en wat betreft de geldstormen vanuit de EU kan het Operationeel Programma Zuid-Nederland 2007-2013 mogelijk voor extra impulsen gaan zorgen. Andere strategisch belangrijke zaken die in dit verband in het
MLT-advies naar voren komen zijn: het versterken van het innovatieklimaat en de kennisinfrastructuur, het versterken van ondernemerschap in alle geledingen van het onderwijs, systeeminnovaties in de agro-industrie en aandacht voor de
snelle MKB-groeiers ofwel ‘gazellen’. Eén van de concrete maatregelen die de provincie zelf kan nemen om meer garen op de klos te krijgen, is het versterken van de capaciteit en slagkracht van de BOM door een meerderheidsaandeel te nemen in het participatievermogen van de ontwikkelingsmaatschappij.

(Maak)industrie en agrocomplex dragers
Belangrijke constatering is dat de (maak)industrie en het agrocomplex belangrijke dragers blijven van de Brabantse economie. Ook landelijk blijkt er sprake te zijn van een herwaardering van de betekenis van de industrie.

Het is ten onrechte te veronderstellen dat de industrie gaat vertrekken
uit Brabant, zeker de hoogwaardige maakindustrie gaat een perspectiefrijke toekomst tegemoet en heeft behoefte aan een overheid die sterk faciliterend optreedt, zowel op ruimtelijk gebied als op andere terreinen. In het voorgaande is reeds een opmerking gemaakt over het ophogen van de publieke investeringen R&D. Een ander zeer wezenlijk vraagstuk is de dreigende mismatch die al de komende jaren dreigt te gaan optreden op de arbeidsmarkt. De beroepsbevolking lijkt zich en masse af te keren van de industriële
beroepen (–38.000) terwijl juist daar ook een forse banengroei wordt voorzien (+ 24.300). Met name op dit onderdeel gaat de slechte werking van de regionale arbeidsmarkt ons de komende jaren parten spelen. Dit heeft vooral ook te maken met verkeerde beeldvorming over de industrie en het vraagt om een aanpak die voorkomt dat grote groepen mensen de komende jaren de verkeerde
studie- en beroepskeuze gaan maken. Met dit vraagstuk als aanleiding pleit SER Brabant voor veel meer regelruimte voor de regio’s, onder meer in het belang van een strakkere aansluiting tussen opleidingsaanbod en werkgelegenheid.

Sociale agenda vraagt meer aandacht
Met name op het terrein van arbeid en onderwijs is de komende jaren een inhaalslag nodig, een betere werking van de regionale arbeidsmarkt (op alle niveaus) geldt als één van de topprioriteiten. In het belang van de arbeidsproductiviteit in de bedrijven zal bijvoorbeeld de arbeidsparticipatie moeten gaan stijgen van 63% naar 70% en rekening houdend met de toenemende vergrijzing is dat geen eenvoudige opgave. Verder blijkt dat de ontwikkeling van het aandeel hoger opgeleiden in de beroepsbevolking wel gestaag toeneemt (thans ruim 31%), maar in Europees verband is dat zeker nog geen spectaculair cijfer. Dit geldt evenzeer voor onze prestaties op het gebied van levenlang leren. Het aantal te laagopgeleide werknemers in Brabant is nog zeer groot, namelijk ruim
300.000. Hoewel het merendeel op dit moment nog een baan heeft, is hun arbeidsmarktpositie op langere termijn zeer kwetsbaar en hier ligt een inspanningsverplichting in termen van sociale innovatie.
De provincie kan op dit terrein een belangrijke faciliterende rol spelen
en SER Brabant beveelt aan om de inzet te vergroten en programma’s als ‘Kennis=Meedoen’ de komende jaren versterkt door te trekken. Dit MLT-advies vraagt ook meer specifieke aandacht voor de ‘sociale agenda’. Gedoeld wordt op het aanpakken van enkele knellende verdelingsvraagstukken die van invloed zijn op de sociale cohesie in de samenleving. Bijvoorbeeld de groep van 30.000 langdurig werklozen (vooral 40-plussers en allochtonen) die
kunnen en willen werken. Dankzij de aantrekkende economie en de stijgende vervangingsvraag door de vergrijzing zijn er goede kansen om hen aan werk te helpen en dat moet de uitdaging zijn de komende jaren. Dit geldt eveneens voor een grote groep te herplaatsen, gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WAO’ers). Mogelijk gaat het zelfs om enkele tienduizenden mensen. Het verbeteren van de toeleidingsstructuur vraagt aandacht, mogelijk kan hier het WSW-instrumentarium extra soelaas bieden. Last but not least vraagt dit MLT-advies aandacht voor de dreigende polarisatie op de arbeidsmarkt, die steeds meer langs de lijnen hoog/laagopgeleid
en autochtoon/allochtoon gaat verlopen. Arbeidsmarkt en onderwijs moeten zorgen voor echt perspectief op basis van gelijkwaardigheid, Franse toestanden horen immers niet bij een regio die ambitieus op weg is de Lissabondoelstellingen te realiseren.

Modern bestuur
Een derde thema waarvoor dit MLT-advies een lans breekt, is modern besturen. Zoals reeds aangegeven is er de komende jaren behoefte aan krachtig leiderschap, niet alleen om oplossingen te creëren voor taaie maatschappelijke vraagstukken maar ook om nieuwe kansen te pakken in het samenspel tussen industrie en ecologie, of in het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke kwaliteiten.

Niet blijven praten over de wisselwerking tussen ‘rood en groen’, maar lef tonen en concrete initiatieven nemen. Kortom, de partijen moeten uit hun defensieve houding komen.
Modern besturen is zeker niet eenvoudig, want het vraagt enerzijds om krachtig leiderschap en anderzijds om veel meer ruimte voor externe partners op basis van vertrouwen. Het vraagt ook om bereidheid van de overheid om doorgeslagen regelgeving terug te dringen en daarnaast meer regel- of experimenteerruimte te geven. Kortom, een ondernemende bestuursstijl. Voor de provincie zal dit alles niet eenvoudig zijn, bestuurlijk en vooral in de uitvoering zullen
de nodige zaken moeten veranderen. Het is echter een essentiële voorwaarde om de komende bestuursperiode de stevige slagen te kunnen maken zoals die ons voor ogen staan op weg naar de toekomst van 2020. De bal ligt echter niet alleen bij de overheid, ook het bedrijfsleven zal zijn verantwoordelijkheid voluit moeten nemen. De nieuwe milieuaanpak in het kader van het ISM (integrale strategie milieu) kan als voorbeeld dienen voor de nieuwe aanpak. Het meest dringende vraagstuk dat om een andere en meer perspectiefrijke benadering vraagt is dat van de energiebesparing c.q. de CO2-reductie. Een eigen Brabantse energieagenda, met een grotere rol en meer ruimte voor de industrie, kan ertoe bijdragen dat Brabant op succesvolle wijze gaat voldoen aan de aangescherpte normen van de Europese Commissie op dit gebied.

Tien ambities voor 2007-2011

Ondernemende bestuursstijl
De provincie voert een ondernemende bestuursstijl gebaseerd op openheid, vertrouwen en ruimte voor externe partners. De kloof tussen bestuurlijk denken en ambtelijk handelen wordt gedicht.

(Maak)industrie en agrocomplex economische dragers
De provincie steunt de (maak)industrie en het agrocomplex, de belangrijkste dragers van de Brabantse economie. Transitieprocessen en duurzame innovaties worden krachtig gefaciliteerd. Extra impulsen voor het MKB dragen ertoe bij dat ‘gazellen’ bij het Brabantse landschap gaan horen.

Kennisinvesteringsagenda
Een Brabantse kennisinvesteringsagenda zorgt ervoor dat Brabant in 2010 de Lissabondoelstellingen gaat halen. Eerste prioriteit is het verder ophogen van de publieke investeringen in R&D met € 500 mln. per jaar door het aantrekken van TNO-achtige kennisinstellingen.

Ondernemerschap in de haarvaten
Het provinciale beleid is er op alle terreinen (economisch, sociaal, ruimtelijk) op gericht om ondernemerschap te laten doordringen tot in de haarvaten van de Brabantse samenleving. Een van de provinciale maatregelen is het vergroten van de slagkracht van de BOM, daartoe wordt een meerderheidsaandeel genomen in het participatievermogen van de ontwikkelingsmaatschappij.

Sociale cohesie als uitdaging
Sociale cohesie wordt niet langer gezien als probleem, maar als uitdaging. Dankzij een gezamenlijke krachtsinspanning van alle partijen (overheid, bedrijfsleven, onderwijs) gaat dit lukken en wordt perspectief geboden aan alle Brabanders. Iedereen wordt in de gelegenheid gesteld maximaal te participeren in werk, cultuur en sport. En van iedereen wordt verwacht dat hij/zij naar vermogen
een bijdrage levert aan de BV Brabant. Franse toestanden komen daardoor in Brabant niet voor.

Werking arbeidsmarkt topprioriteit
Een betere werking van de regionale arbeidsmarkt op alle niveaus is topprioriteit, structurele mismatches tussen vraag en aanbod worden daardoor voorkomen. De provincie geeft krachtige impulsen aan dat proces en versterkt de inzet op dit terrein. Ten behoeve van effectief en samenhangend provinciaal beleid komen Economie en Arbeidsmarkt in één portefeuille.

Meer regelruimte voor de regio
Economisch beleid wordt steeds nadrukkelijker een zaak van de regio. Deze ontwikkeling vraagt om meer (boven)regionale regelruimte, onder meer op het gebied van opleiding en onderwijs. De provincie zet haar bestuurskracht in om dat gerealiseerd te krijgen.

Regelarme zones voor nieuwe concepten
Er worden regelarme zones ingesteld waar partijen aan de slag kunnen met nieuwe duurzame concepten op het gebied van wonen en werken. Met betrokkenheid van Telos worden enkele pilots ingesteld. Speerpunten zijn het bevorderen van ‘eco-industrie’ (agroclusters) en het ontwerpen van Brainport-woonmilieus
(wonen in het groen).

Bereikbaarheid: wel investeren niet subsidiëren
De Netwerkanalyse BrabantStad is een prima instrument voor publieke en private investeringen met bereikbaarheidsrendement.Eerste optie voor het verbeteren
van de bereikbaarheid is investeren in een betere infrastructuur en in beter OV, subsidiëren van gratis OV levert over het algemeen geen bijdrage aan het verbeteren van de bereikbaarheid.

Eigen Brabantse energieagenda
Met actieve inbreng van de industrie en de landbouwsector ontwikkelt Brabant een eigen energieagenda die inspeelt op de warmtemarkt (WKK) en biogrondstoffen. Door eigen opwekkings- én terugleveringsmogelijkheden aan het net levert het bedrijfsleven een substantiële bijdrage aan het realiseren van de EUdoelstelling om het energieverbruik met 20% terug te dringen.


SER Brabant - Pettelaarpark 10 - Postbus 70 - 5201 AB 's-Hertogenbosch -
Tel: 073 680 66 60 - E-mail: info@serbrabant.nl